Skip to content

Theo Thijssen

Theodorus Johannes (Do) Thijssen (Amsterdam, 16 juni 1879 - aldaar, 23 december 1943) was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialistisch politicus. Als kind van een schoenmaker kende Thijssen het Amsterdamse middenstandsmilieu rondom de eeuwwisseling uit eigen ervaring. De familie had het niet breed, en Thijssen kon uiteindelijk na een zwaar toelatingsexamen met een rijksbeurs naar de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Haarlem. In 1897 richtte hij het tijdschrift Baknieuws, Weekblad van den Nederlandschen Kweekeling op. Na voltooiing van zijn opleiding was Thijssen van 1898 tot 1921 onderwijzer op diverse openbare lagere scholen in Amsterdam-Oost. Net als de bekende onderwijsvernieuwer Jan Ligthart (ook opgegroeid in de Jordaan) had Thijssen veel aandacht voor de leerling als individu - destijds een vrij nieuw inzicht. Maar tegelijk bleef hij de klas als sociale eenheid heel belangrijk vinden. Een echte onderwijsvernieuwer was hijzelf niet. Wel maakte hij furore als cynisch ontmaskeraar van al te generaliserende lesmethoden. De ene leerling, de ene klas was nu eenmaal de andere niet. Hij pleitte hartstochtelijk voor meer respect voor de praktijkkennis van de gewone klasseonderwijzer, die tenslotte dé expert was als het er om ging te bepalen hoe die ene klas van hem op ieder moment moest worden benaderd. Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan, gemaakt door Hans Bayens In 1905 richtte hij samen met kweekschoolvriend Piet Bol het blad De Nieuwe School op, waarin hij veel kritische en vaak dodelijk-satirische artikelen over onderwijsmethoden, leerboekjes, leesboekjes en kinderboeken schreef, maar ook het feuilleton "Barend Wels" (over een beginnend onderwijzer) dat in 1908 in boekvorm verscheen. Ook schreef hij in dit blad al een paar fragmenten over de fantasierijke jongen Kees, die hij later zou uitwerken tot zijn beroemdste roman "Kees de jongen". Hij verrijkte de Nederlandse taal met het woord "zwembadpas", een snelle manier van lopen die Kees had ontwikkeld. Dat begrip werd zo legendarisch, dat het Theo Thijssen Museum op 16 juni 2001 een Dag van de Zwembadpas kon organiseren (met lezingen in de Amsterdamse Westerkerk en manifestaties op de Westermarkt), die ruime aandacht kreeg in alle media. Hoogtepunt van de dag waren de Eerste Nederlandse Zwembadpaskampioenschappen. In 1921 werd Thijssen bezoldigd bestuurslid van de Bond van Nederlandse Onderwijzers, de voorloper van de huidige Algemene Onderwijsbond (AOb). Hij werd redacteur van de bondsbladen "De Bode" (over arbeidsomstandigheden van de onderwijzers) en "School en huis" (over opvoeding). In dat laatste blad werkte hij de eerdere losse schetsen over de jongen Kees uit tot een doorlopend feuilleton, "Kees de jongen", dat in 1923 als boek verscheen. Hoewel Thijssen altijd heeft volgehouden dat Kees de Jongen fictie was, lijken toch veel van zijn jeugdherinneringen in dit boek te zijn verwerkt. Thijssens autobiografische werk In de ochtend van het leven was naar eigen zeggen het enige boek dat eigen jeugdherinneringen bevat. Ook zijn romans "Schoolland"(1925) en "De gelukkige klas" (1926) verschenen eerst als feuilleton in dit blad. Theo Thijssenschool in Amsterdam Theo Thijssen was ook esperantist. Hij ging vooral aan het nut van de internationale taal Esperanto geloven door zijn ervaringen op internationale onderwijzerscongressen, die hij vanaf de jaren twintig bezocht. Met al dat getolk ging immers akelig veel tijd verloren. In april 1929 deed Thijssen in De Bode, het door hem geredigeerde blad van de onderwijzersbond, verslag van een internationaal congres in het Zwitserse Bellinzona. Elke rede moest nog eens door tolken in minstens twee andere talen worden herhaald, met alle verminkingen van dien. “Ach, het marchéért wel,” aldus Thijssen. “Maar een vlotte manier van kongresseren is het niet; en degenen die hun moedertaal kunnen spreken hebben toch héél wat voor op ons arme Serviërs en Bulgaren en Hollanders. Waarschijnlijk zijn

No works found.