Lodewijk van Deyssel
Sign in to saveAlso known as Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm, K.J.L. Alberdingk Thijm
Dutch writer under pseudonym Lodewijk van Deyssel (1864-1952)
Person · Open Library
- Born
- 1864
- Died
- 1952
- Works
- 65
Top works
- Nieuwe kritieken
- Multatuli
- De kleine republiek ...
- Gedenkschriften, 1864-1924
- Gedenkschriften
via Open Library + Wikidata
Music · MusicBrainz
- Type
- Person
- Gender
- Male
- Origin
- Netherlands
- Active from
- 1864-09-22
- Active to
- 1952-01-26
via MusicBrainz · CC0
Described at
Alberdingk Thijm, Karel Joan Lodewijk (1864-1952)
Resources Huygens ING zijn bronnen die zijn uitgegeven door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.
resources.huygens.knaw.nl →Alberdingk Thijm, Karel Joan Lodewijk (ps. Lodewijk van Deyssel ) letterkundige, (Amsterdam 22-9-1864 - Haarlem 26-1-1952). Zoon van Josephus Albertus Alberdingk Thijm, koopman, letterkundige en hoogleraar, en Wilhelmina Anna Sophia Kerst. Gehuwd op 26-5-1887 met Catharina Bartholomea Horijaans. Gescheiden op 5-12-1918. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. Stammend uit een vroom katholiek en aanvankelijk vermogend milieu bezocht hij tot zijn elfde jaar de school in zijn geboorteplaats en van 1875 - oktober 1878 kostscholen te Kerkrade en te Katwijk. In het ouderlijk huis werd hij, tot maart 1880, geschoold door een Duitse priester-gouverneur. Van 1879-1881 was hij werkzaam in een aan Alberdingk Thijm sr. toebehorende boekhandel. In 1881 debuteerde hij in de door zijn vader geredigeerde Dietsche Warande met het tegen H.J.A.M. Schaepman gerichte polemische essay De eer der Fransche meesters. Voor de eerste maal benutte hij toen het pseudoniem L. van Deyssel, dat van de circa twintig door hem gebezigde schuilnamen de grootste, en bovendien blijvende, bekendheid kreeg. Van 1882-1889 werkte hij mee aan het weekblad De Amsterdammer. In de eerste helft van deze periode leerde hij de toekomstige redacteuren en belangrijkste medewerkers kennen van De Nieuwe Gids, die op 1 oktober 1885 begon te verschijnen. In de jaren '83 en '84 had Van Deyssel zich in het Amsterdamse uitgaande leven nadrukkelijk gemanifesteerd als de 'heroïesch-individualistische' dandy. Deze levenshouding zou hij tussen juni 1890 en april 1901 - maar dan retrospectief - belijden in de Heroïesch-individualistische Dagboekbladen, verspreid verschenen in dl. 4, 5, 6, 7 en 8 van de elf bundels Verzamelde Opstellen (1894-1912), daarnaast en ook het meest indrukwekkend in de schets Caesar (1898) uit de bundel Verbeeldingen (1908), eerst in 1978, samen met de Dagboekbladen, uitgegeven onder de verzameltitel Het Ik. Dit heroïsch-individualisme vervreemdde hem van het geloof waarin hij was opgevoed. Sedert maart 1883 was hij niet langer praktizerend katholiek, al zou hij levenslang en ook in toenemende mate tal van begrippen en uitdrukkingswijzen blijven ontlenen aan de katholieke traditie. Niet alleen daarom, maar ook op grond van Van Deyssels uitgesproken belangstelling voor de mystici, met name voor Teresia van Avila en Ruus-broec, zou hij bij de schilder Kees Verwey, die hem in 1941 onovertrefbaar portretteerde (Stedelijk Museum, Schiedam), blijven voortleven als 'héél erg katholiek in zijn doen en laten, een soort heel hoge deken of kardinaal'. Omdat zijn extreem individualisme geen binding verdroeg met welke groepering dan ook, wees hij het hem in 1886 aangeboden redacteurschap van De Nieuwe Gids van de hand. Bij aanvaarding had hij het toch niet lang kunnen waarnemen nu hij na zijn huwelijk (1887) in het afgelegen Belgische Houffalize en, na de dood van zijn vader (1889), te Bergen op Zoom woonachtig was. In 1893 vestigde hij zich te Baarn, dat hij in 1918 verliet om sindsdien in Haarlem te wonen. Van Deyssel wijdde zich dank zij steun van een door vrienden opgericht fonds uitsluitend aan de letteren, door hem veelal aangeduid als de 'Hooge Literatuur'. Een niet gering deel van zijn schrijfarbeid werd echter besteed aan autopsychologische beschouwingen alsook aan analyses van zijn momentane levensomstandigheden. De uitkomsten van deze slechts zeer ten dele o.m. in Harry G.M. Prick, Uit de schrijfcassette van Lodewijk van Deyssel (Amsterdam, 1978) gepubliceerde 'papieren van levensbeheer' moesten hem de weg openen naar een harmonieus leven waarin de beoogde 'Hooge Literatuur' moeiteloos zou kunnen worden gerealiseerd. Terecht heeft Kees Fens (in het dagblad De Tijd van 1964) dit auteurschap gekarakteriseerd als een van voorbereidingen. Wat intussen en vaak moeizaam tot stand kwam, verzekerde hem al op vijfentwintigjarige leeftijd een vooraanstaande plaats in de literatuur, welke positie hij, anders dan Willem Kloos, tot zijn dood toe zou behouden. God
Excerpt from a page describing this subject · 13,620 chars · not written by Vinony
Wikidata facts
- Instance of
- human
- Given name
- Johan
- Gender
- male
- Citizenship
- Kingdom of the Netherlands
- Place of birth
- Amsterdam
- Place of death
- Haarlem
- Occupation
- literary critic
- Languages spoken
- Dutch
- Native language
- Dutch
- Award
- Tollensprijs
- Movement
- naturalism
- Image
- Jan Veth03a.jpg
Show 8 more facts
- date of birth
- 1864-09-22
- date of death
- 1952-01-26
- Commons category
- Lodewijk van Deyssel
- name in native language
- Lodewijk van Deyssel
- described at URL
- resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/alberdingk
- pseudonym
- Lodewijk van Deyssel
- has written for
- De Nieuwe Gids
- member of
- Tachtigers
Sources (7)
via Wikidata · CC0
Available in 9 languages
via Wikidata sitelinks · CC0