
SPECIES
Shrubs evergreen, herbaceous. Rhizome long creeping, slender, 0.5–1 mm in diam., woody, branched. Stems erect or ascending, 2–10 cm, 0.8–1.5 mm in diam., simple, angular, longitudinally minutely papillose. Leaves in 1–3 subverticils of 2–4 each, alternating with 5–7 scales; petiole 1–2 cm, minutely papillose; leaf blade pale green abaxially, light green adaxially, oblong-ovate to broadly ovate or elliptic, 2.2–3.7 × 1.4–2.6 cm, thinly leathery to herbaceous, abaxially glabrous, adaxially slightly shiny, base obtuse to truncate, margin crenulate-serru-late, apex acute to subobtuse or mucronulate. Scape 7–14 cm tall, slender, 0.4–1 mm in diam., loosely and minutely papillose, angled; scales 5–8 at middle and base, narrowly ovate or broadly lanceolate, 2–5 mm. Raceme with 8–15 rather densely arranged flowers along one side. Bracts broadly oblanceolate or broadly lanceolate, 3–5 mm, membranous, somewhat hyaline-margined, apex abruptly acute. Pedicel ca. 3 mm, slender, rather prominently papillose. Sepals overlapping at base, depressed-orbicular, 0.8–1 mm, margin minutely toothed, apex obtuse. Petals erect, greenish white, 3–5 mm. Anthers 1–1.5 mm, apex truncate; pores 0.3–0.4 mm wide.
Eenzijdig wintergroen (Orthilia secunda; synoniemen: Pyrola secunda en Ramischia secunda) is een groenblijvende, half-struikachtige, vaste plant, die behoort tot de heidefamilie (Ericaceae). Het is een plant van schaduwrijke plekken in duinen en bossen. Eenzijdig wintergroen komt van nature voor in Eurazië. Vroeger kwam de plant voor in de Wassenaarse duinen en in de bossen bij Hummelo en Weert. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst planten als in Nederland niet meer aanwezig. De botanische naam Orthillia betekent in het Oudgrieks "rechte spiraal" en verwijst naar de naar één zijde van de stengel hangende bloemen De plant wordt 7-15 cm hoog en vormt een vertakte wortelstok (rizoom). De bladeren zijn eirond tot langwerpig-eirond met een spitse top en een gekartelde-gezaagde bladrand. Eenzijdig wintergroen bloeit in juni en juli met groenachtig-witte, 5-6 mm grote, klokvormige tot halfkogelvormige bloemen, die naar één zijde van de stengel hangen. De bloeiwijze is een tros. De stijl van de stamper is langer dan de bloemkroon, waardoor de stempel buiten de bloem steekt. Aan de voet van het vruchtbeginsel zitten tien zeer kleine honingklieren. De bestuiving vindt plaats door insecten. De vrucht is een 2-3 × 4-5 mm grote doosvrucht. De plant gaat een relatie met mycorrhiza aan.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via GBIF · Kew POWO
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).