any type of spool-wound photographic film protected from white light exposure by a paper backing, as opposed to film which is protected from exposure and wound forward in a cartridge
De benaming rolfilm wordt meestal gebruikt voor het meest gangbare formaat foto- en diamateriaal voor de zogenaamde middenformaatcamera's met een breedte van meestal 6 cm. De film is meestal op een strook papier geplakt. Op de buitenkant van de rol zijn cijfers gedrukt die zichtbaar zijn door een glaasje in de achterwand van de camera. Hierdoor kan de fotograaf zien hoe ver hij de film moet doordraaien. Het type 120 is geschikt voor 12 opnamen van 6×6 cm en 15 opnamen van 4,5×6 cm. Ook andere opnameformaten zoals 6×7, 6×9 en 6×17 (panorama) kunnen op dit materiaal gemaakt worden. Er is ook een 220-variant waarvan het schutblad in het midden ontbreekt, hierdoor gaan er ongeveer twee keer zoveel opnamen op, deze film is echter niet in alle rolfilmcamera's te gebruiken. Een minder gangbaar formaat is type 127 van 4 cm breed. Oude klapcamera's (bijvoorbeeld Ernemann) gebruiken rolfilm van bijna 9 cm breedte voor negatiefformaat 8×11 cm. Andere filmformaten, zoals kleinbeeld, APS, (type 126) en Pocket-instamatic (type 110) worden ook opgerold geleverd, doch zonder papierstrook. Deze worden meestal niet als 'rolfilm' aangeduid, maar in de volksmond wel als 'rolletje'.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).