Skip to content
subnet
EntityQ11414· pop 36· linked from 130 articles

Also known as subnetwork

thumb|300px|right|Creating a subnet by dividing the host identifier

Wikidata facts

Subclass of
computer network
Image
Subnetting Concept-en.svg
Show 3 more facts
has characteristic
magnitude
Commons category
Subnetting

via Wikidata · CC0

Article · Nederlands

Een subnet is een deelnetwerk in een netwerk, dat werkt volgens het Internet Protocol. Het werkwoord subnetten betekent het opdelen van een set opeenvolgende IP-adressen (een IP-range) voor adressering op gescheiden fysieke netwerken. Het subnetten vindt zijn uitdrukking in het zogenaamde subnetmasker. Met dit masker wordt door de netwerkbeheerder bepaald welk gedeelte van een IP-adres het netwerk-ID is, en welk deel het host-ID. Door de subnetmaskers weten de routers in het netwerk op welk fysiek segment zich een bepaald adres bevindt, en dus waarheen de gegevens voor dat bepaalde adres moeten worden gerouteerd. Elk IP-adres in een subnet start in de binaire notatie met hetzelfde binaire getal. Dit getal geeft het netwerk-ID weer. Soms wordt dit ook wel aangeduid als netwerkadres of subnet-ID. Omdat de term netwerkadres ook vaak wordt gebruikt om het volledige IP-adres aan te duiden, wordt hier verder steeds de term netwerk-ID gebruikt. De overblijvende bits in het IP-adres vormen het host-ID of hostadres. Om van een IP-adres te weten welk deel behoort tot het netwerk-ID en welk deel tot het host-ID maakt men gebruik van een subnetmasker. In binaire notatie bestaat een subnetmasker uit een rij enen, een voor elke bit van het netwerk-ID deel van het IP-adres, gevolgd door een rij nullen, een voor elke bit van het host-ID deel van het IP-adres. Een subnet wordt geïdentificeerd aan de hand van zijn algemeen IP-adres samen met zijn subnetmasker. Een alternatieve methode voor het subnetmasker is de CIDR-notatie, waarbij men het getal gebruikt dat het aantal bits van het netwerk-ID aangeeft. Een voorbeeld: stel een netwerk bestaat uit 2 computers A en B, welke zijn verbonden met een router, die op zijn beurt via een kabelmodem gekoppeld is aan het Internet. Dit netwerk is opgezet als een subnet, waarbij IP-adres 17.76.99.1 toegewezen is aan computer A en 17.76.99.2 aan computer B. Het subnet werd zo ingesteld op de router dat de eerste 24 bits, oftewel de eerste 3 bytes, het netwerk-ID vormen: 17.76.99. Dit wordt aangeduid via het subnetmasker 255.255.255.0 (binaire notatie: 11111111 11111111 11111111 00000000). De router kan vervolgens zien of een te contacteren IP-adres binnen of buiten het subnet ligt. Het algemene adres waarmee we bij dit voorbeeld het subnetwerk aanduiden is: 17.76.99.0. Als we, in plaats van het opgeven van het subnetmasker, gebruikmaken van de CIDR-notatie wordt het: 17.76.99.0/24, waarbij de 24 in deze notatie erop duidt dat de eerste 24 bits het netwerk-ID vormen en de overblijvende 8 bits het host-ID. In een grote organisatie zou de hoeveelheid gegevens die wordt verstuurd onbeheersbaar worden als elke computer de door elke andere computer verstuurde gegevens via broadcast zou ontvangen. Via subnetten kan de aan een organisatie toegewezen set van opeenvolgende IP-adressen hiërarchisch opgesplitst worden in diverse subnetten. Routers verbinden de verschillende subnetten. Communicatie, van een host vanuit het ene subnet naar een host uit een ander subnet, verloopt via één poort op een specifieke router. Gegevens worden hierdoor enkel nog via broadcast verstuurd binnen het kleinst mogelijke subnet.

Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA

Gallery (4)