
soort uit het geslacht Voorjaarszonnebloem
SPECIES
Die Kriechende Gämswurz[1] (Doronicum pardalianches), auch Kriechende Gemswurz[2] geschrieben und kurz Gemswurz genannt, ist eine Pflanzenart aus der Gattung Gämswurzen (Doronicum) in der Familie Korbblütler (Asteraceae). Sie ist auf der nordöstlichen Iberische Halbinsel und in Zentraleuropa beheimatet. Inhaltsverzeichnis 1 Beschreibung 1.1 Erscheinungsbild und Laubblatt 1.2 Blütenstand und Blüte 1.3 Frucht 1.4 Chromosomenzahl 2 Vorkommen und Nutzung 3 Trivialnamen 4 Quellen 4.1 Einzelnachweise 5 Weblinks Beschreibung Illustration Erscheinungsbild und Laubblatt Die Kriechende Gämswurz wächst als ausdauernde krautige Pflanze und erreicht Wuchshöhen von meist 50 bis 100 (bis zu 150) Zentimeter.[3] Sie bildet lange, unterirdische, fleischige, mehr oder weniger flaumig behaarte bis kahle Rhizome als Überdauerungsorgane;[4] sie sind ausläuferartig, enden manchmal mit Knospen[4] und führen so zu einer vegetativen Vermehrung, dadurch werden flächige Bestände gebildet.[1] An den Knoten der Rhizome befinden sich glänzende, weiß-getönte Haare (Trichome).[4] Der aufrechte, auch im oberen Bereich kaum verzweigte[4] Stängel ist zottig behaart[2] und nur in den unteren zwei Dritteln beblättert.[
via GBIF · Kew POWO
De hartbladzonnebloem (Doronicum pardalianches), ook wel voorjaarszonnehoed of hartzonnebloem genoemd, is een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De hartbladzonnebloem wordt als sierplant gebruikt. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en stabiel of toegenomen. De plant komt van nature voor in de gebergten van Zuidwest-Europa en het meest westelijke deel van Midden-Europa en is verder verspreid naar West-Europa, waar het is ingeburgerd. Het aantal chromosomen is 2n = 60. De weegbreezonnebloem lijkt zeer veel op de hartbladzonnebloem, maar de rozetbladen hebben bij de weegbreezonnebloem een wigvormige voet en bij de hartbladzonnebloem een hartvormige voet. Bij de weegbreezonnebloem zit er meestal maar één hoofdje op de bloeistengel en bij de hartbladzonnebloem twee tot zes. De plant wordt 30–90 cm hoog en vormt lange, vlezige uitlopers met eindknoppen, die voor de vegetatieve vermeerdering zorgen. Op de knopen zitten witachtige haren. De eirond-hartvormige, al of niet getande, 3,6-16,5 cm lange en 3,3-14 cm brede rozetbladeren hebben een sterk behaarde, 4,5–27 cm lange bladsteel. De haren zijn 1–2 mm lang. De hogerop de stengel zittende de bladeren zijn eirond tot langwerpig, stengelomvattend en aan beide zijden behaard. De hartbladzonnebloem bloeit met gele bloemen, die in een 3–6 cm groot hoofdje zitten. De driehoekig-langwerpige omwindselbladen hebben een behaarde rand. Ze zijn 1,2-1,4 cm lang en 1-1,5 mm breed. De vrij sterk behaarde bloeistengel draagt meestal twee tot zes hoofdjes. De vrucht is een nootje met een wrattig oppervlak. De kale 1,7-3,5 mm lange en 0,7-1,3 mm brede nootjes van de lintbloemen hebben geen pappus. De behaarde 1,2-1,8 mm lange en 0,7–1 mm brede nootjes van de buisbloemen hebben een witte, 3-4 mm lange pappus. De hartbladzonnebloem komt voor op licht beschaduwde, kalkrijke plaatsen in loofbossen, langs bergbeken en struwelen. Bloemformule: * K 0, C (5), A (5), G 2 * Illustratie * Planten * Plant met uitloper * Bloeiende planten * Stengelbladeren * Behaarde stengel * Omwindsel hoofdje * Vruchten
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).