De Portugese grammatica, morfologie en syntaxis van de Portugese taal lijkt sterk op de grammatica van de meeste andere Romaanse talen – Spaans en Galicisch in het bijzonder. Het is een synthetische en inflectionele taal Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden en lidwoorden worden beperkt verbogen: er zijn twee geslachten (mannelijk en vrouwelijk) en twee getallen (enkelvoud en meervoud). Het naamvalsysteem van het Latijn is verdwenen, maar van sommige persoonlijke voornaamwoorden bestaan drie verschillende vormen: onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. Het merendeel van de zelfstandige naamwoorden en een hoop bijvoeglijke naamwoorden kunnen verkleinende en vergrotende derivationele achtervoegsels aannemen en de meeste bijvoeglijke naamwoorden kunnen een derivationeel achtervoegsel van de vergelijkende trap aannemen. Bijvoeglijke naamwoorden komen normaliter na het zelfstandige naamwoord. Er zijn drie werkwoordstijden (verleden, heden, toekomst), drie wijzen (aantonende, aanvoegende en gebiedende wijs), drie aspecten (voltooid, onvoltooid en voortdurend) en een verbogen infinitief – uniek voor het Portugees. Portugees is in principe een SVO-taal, hoewel er ook SOV-constructies kunnen voorkomen. Het Portugees uit Portugal is een nulonderwerp-taal, terwijl in het Portugees uit Brazilië vaak wel een onderwerp staat. Voornaamwoorden worden in de omgangstaal ook weggelaten. Het Portugees heeft twee koppelwerkwoorden. Het heeft een aantal grammaticale kenmerken die het onderscheiden van andere Romaanse talen, zoals een synthetische voltooid verleden tijd en een toekomende tijd in de aanvoegende wijs.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).