
Also known as water cherry, watery rose apple, Lau Lau, water apple, bell fruit, jambu air
soort uit het geslacht Syzygium
SPECIES
Syzygium aqueum est une espèce d'arbres de la famille des Myrtaceae endémique dans les forêts tropicales de l'est de l'Australie. L'arbre est cultivé pour son bois et ses fruits. L'arbre a besoin de fortes pluies et peut vivre dans les habitats tropicaux, jusqu'à 1 600 m d'altitude. Le fruit est une baie charnue de couleur jaune ou rouge, en forme de cloche, cireux et croustillant. Il est vendu en Indonésie et en Papouasie-Nouvelle-Guinée. Les feuilles sont comestibles et sont parfois utilisés pour envelopper les aliments. Le bois dur peut être utilisé pour fabriquer des outils. L'écorce de l'arbre est parfois utilisée en herboristerie. Il est cultivé dans les vergers et les jardins et les parcs comme plante ornementale. Galerie Fruit Riz fermenté dans des feuilles de Syzygium aqueum Planche botanique Notes et références ↑ Tropicos.org. Missouri Botanical Garden., consulté le 29 octobre 2017 ↑ a b c d e f g h i j k l m n o et p The Plant List (2013). Version 1.1. Published on the Internet; http://www.theplantlist.org/, consulté le 29 octobre 2017 ↑ a b c d e f g h i et j BioLib, consulté le 29 octobre 2017 ↑ USDA, Agricultural Research Service, National Plant Germplasm System. Germ
De djamboe aer, pommerak of Java-appel (Syzygium aqueum, basioniem: Eugenia aquea) is een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae). De vruchten worden wel verward met de djamboe semarang (Syzygium samarangense), waarvan de vruchten echter groter en minder gedrongen zijn. Het is een 3-20 m hoge, groenblijvende boom met een korte stam die dicht bij de grond vertakt en een open, asymmetrische kroon. De bladeren zijn tegenoverstaand, 1-5 mm lang gesteeld, eirond tot elliptisch-langwerpig, lichtgroen aan de bovenzijde, gelig groen aan de onderzijde en 5-25 × 2,5-16 cm groot. De geurende bloemen groeien met drie tot zeven stuks in losse, eind- of bladokselstandige bloeiwijzen. De vierdelige kelk en kroon zijn bleekgeel, gelig-wit of roze. Er zijn talloze, tot 2 cm lange meeldraden die dezelfde kleur hebben als de bloem. Boven de meeldraden steekt de stijl nog uit. De vruchten zijn dunschillig, glad, glanzend, wasachtig en zijn rijp wit, groen, roze of felrood van kleur. Ze zijn 1,6-2 × 2,5-3,4 cm groot en klok- of peervormig met een smalle hals en een breed uiteinde. Het uiteinde is concaaf en draagt de overblijfselen van de bloemkelk en de tot 3 cm lange stijl. Het vruchtvlees is wit of roze, licht geurend, droog of sappig, knapperig of sponzig van consistentie en heeft een zoete tot zure, doch flauwe smaak. De vruchten zijn zaadloos of bevatten drie tot zes (vaak één of twee) zaden. De vruchten worden als handfruit gegeten, zoetzuur ingelegd of verwerkt in fruitsalades. De djamboe aer komt van nature voor van het zuiden van India tot in het oosten van Malesië. De plant wordt tevens gekweekt in Zuidoost-Azië, onder meer in Indonesië en de Filipijnen. Ook groeit de plant in Hawaï, Suriname en Trinidad.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via GBIF · Kew POWO
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).