
Also known as Spike lavender
soort uit het geslacht lavendel
SPECIES
Subshrubs. Branches densely stellate tomentulose. Leaves clustered at branch bases, widely spaced apically, narrowly lanceolate to linear, 2-4 cm × 2-5 mm, densely stellate tomentulose, base attenuate to petiole, margin entire and revolute, apex obtuse to acute. Verticillasters 4-6-flowered, lax, 7 or 8 in a terminally interrupted 15-25 cm pedunculate spike; peduncle 17-30 cm; bracts linear, almost as long as corolla; bracteoles linear, shorter than calyx. Calyx tubular, straight, 5-6 mm, densely stellate tomentose, 13-veined, 5-toothed; posterior tooth conspicuously larger than other 4 inconspicuous teeth. Corolla 1-1.1 cm, densely tomentose; upper lip straight, with lobes divaricate almost at a right angle, ovate, apically obtuse; lobes of lower lip subcircular. Fl. Jun-Jul.
via GBIF · IUCN · Kew POWO
Spijklavendel (Lavandula latifolia, synoniem: Lavandula spica) is een plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het is een aromatische, lage, sterk vertakte dwergstruik. De soort komt van nature voor vanaf het westen tot het oosten van het centraal gedeelte van het Middellandse Zeegebied tot Joegoslavië. Het aantal chromosomen is 2n = 48, 50 of 54. De geur van spijklavendel is sterker, scherper en bevat meer kamfer dan die van echte lavendel. Daarom worden ze niet naast elkaar geteeld. Spijklavendel wordt tot 80 centimeter hoog. De 2 - 5 cm lange en 2 - 9 mm brede, bladeren staan tegenover elkaar en zijn langwerpig tot smal elliptisch. De bladrand is iets omgekruld. De jonge bladeren zijn kort en dicht witviltig behaard. De oudere bladeren zijn minder viltig behaard en grijsgroen. Spijklavendel bloeit van juni tot september met 8 - 25 cm (vaak korter) lange, zeer lang gesteelde aren. De lijnvormige, eennervige, grijsgroene schutbladen zijn tot 8 mm lang. De bracteolen zijn priemvormig en 2 - 3 mm lang. De tweeslachtige, violette bloemen zijn zygomorf. De kort vijftandige, min of meer cilindrische kelk is kort grijsviltig behaard en 5 - 6 mm lang. De bovenste tand heeft een omgekeerd hartvormig aanhangsel. De vijflappige bloemkroon is 1 - 1,1 mm lang en aan de buitenzijde witviltig. De bloemen hebben vier meeldraden, waarvan er twee kort zijn en die niet buiten de bloemkroon steken. De vrucht is een vierdelige kluisvrucht met in elk hokje een nootje. * Dwergstruik * Planten in Vaucluse * Bladeren * Bladeren * Bloeiwijze * Bloeiwijze
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).