Strijd om de macht na de tsaristische tijd
The Russian Civil War was a devastating conflict fought from 1917 to 1922 among various factions in the former Russian Empire, primarily between the communist Bolsheviks and their opponents. It matters because the Bolshevik victory established the Soviet Union and fundamentally reshaped Russia's government, society, and role in world affairs for the next seven decades.
AI-generated from the Wikipedia summary — may contain errors.
via Wikidata · CC0
De Russische Burgeroorlog (Russisch: Гражданская война в России; Grazjdanskaja vojna v Rossii) (7 november (25 oktober o.s.) 1917 – 25 oktober 1922) was een oorlog in het voormalige Keizerrijk Rusland tussen het bolsjewistische Rode Leger en het Witte Leger, de losjes geallieerde anti-bolsjewistische troepen. Buitenlandse geallieerden en de pro-Duitse legers vochten tegen het Rode Leger. De oorlog verliep aanvankelijk slecht voor de Roden. De Witten namen heel Siberië, Oekraïne, het zuidoosten en het westen en noordwesten in bezit. In een aantal landen die zich onafhankelijk verklaarden, zoals Finland, vonden kleine burgeroorlogen plaats tussen Roden en Witten. Petrograd (Sint-Petersburg) werd vanuit het noorden en westen in de tang genomen, terwijl Denikin en Koltsjak Moskou en Tsaritsyn) bedreigden. De Polen namen Kiev in. In 1919 versloeg het Rode Leger de Witte Strijdkrachten van Zuid-Rusland in de Oekraïne en het leger onder leiding van Aleksandr Koltsjak in Siberië. De overblijfselen van de Witte troepen onder leiding van Pjotr Wrangel werden in de herfst van 1920 verslagen op de Krim en geëvacueerd. Een aantal onafhankelijke landen - Finland, Estland, Letland, Litouwen en Polen - kwam voort uit de oorlog.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).