
Also known as Tilia argentea, silver lime, silver linden, white linden
soort uit het geslacht linde
SPECIES
Tilia tomentosa Tilia tomentosa - Muséum de Toulouse Le Tilleul argenté (Tilia tomentosa), encore appelé Tilleul de Hongrie, est un arbre de la famille des Tiliaceae, ou des Malvaceae, sous-famille des Tilioideae, selon la classification phylogénétique. C'est une espèce originaire de l'est du bassin méditerranéen. Résistant bien à la pollution, il est souvent employé comme arbre d'alignement dans les villes. Sommaire 1 Origine 2 Description 2.1 Cultivars 2.2 Utilisation et propriétés officinales 3 Écotoxicité pour les apidés (bourdons, abeilles) 4 Arbres notables 5 Notes et références 6 Annexes 6.1 Articles connexes Origine Originaire des rives de la mer Noire et du Caucase, il est présent dans de nombreux parcs urbains. Description Le Tilleul argenté peut atteindre 12 mètres à 20 ans, et 25 à 35 mètres de hauteur à l'âge adulte. Il a une croissance plus rapide que les autres tilleuls. Il est très résistant à la sécheresse et à la pollution[1]. Sa floraison a lieu fin juillet. Ses fleurs sont disposées en fausse ombelle par 2-6 sur une bractée foliacée. Ses feuilles en forme de cœur oblique présentent une surface pubescente (tomenteuse, cotonneuse) et sont argentées sur le dessous[
De zilverlinde (Tilia tomentosa) is een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De boom komt van nature voor vanaf het noorden van Hongarije tot en met het noorden van Turkije en het westen van Oekraïne. De boom kan 25 m hoog worden en heeft een loodgrijze stam met ook op latere leeftijd nog een gladde bast, die echter pas bij zeer oude bomen minder glad is geworden. De gesteltakken zijn witviltig behaard. De onderzijde van het blad is dicht behaard met sterharen en daardoor zilverwit van kleur. De boom bloeit half juli met hangende bloeiwijzen (tuilen) met zeven tot tien viltig behaarde, sterk geurende bloemen. De boom stelt geen bijzondere bodemeisen, verdraagt redelijk veel wind, stof en rook en kan goed in verharding worden toegepast. De boom heeft weinig last van druipen. Verder is hij goed bestand tegen droogte en wordt hij weinig aangetast door ziektes. Hoewel men vroeger dacht dat de zilverlinde giftig was voor (inheemse) bijen en hommels omdat de bomen mannose bevatten, blijkt dit niet waar te zijn. Eventuele sterfte onder insecten komt voort uit gebrek aan nectar voor alle insecten die op de aantrekkelijke geur van de bloeiende linde af komen. De insecten gebruiken meer energie dan er nectar is, waardoor ze uitgeput uit de boom vallen en sterven. De boom wordt vegetatief vermeerderd door enting op een onderstam van de zomerlinde (Tilia platyphyllos) en aangeplant in brede straten en lanen.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via GBIF · IUCN · Kew POWO
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).