File:Stone_Sheep_British_Columbia.jpg · Wikimedia Commons · See Wikimedia Commons
Also known as goat-antelope
onderfamilie uit de familie holhoornigen
Caprinae is a subfamily of hoofed, cud-chewing animals that includes mostly medium-sized species like goats and sheep, and members of this group are called caprines. These animals matter because they are important domesticated livestock that provide humans with meat, milk, wool, and hides.
AI-generated from the Wikipedia summary — may contain errors.
Caprinae adalah subkeluarga hewan pemamah biak dari keluarga Bovidae yang beranggotakan bovid (sebutan untuk anggota keluarga Bovidae) yang berukuran menengah. Anggota paling terkenal dalam subfamili ini adalah kambing dan domba. Spesies Subfamili Caprinae Suku Ovibovini Genus Budorcas Takin, Budorcas taxicolor Genus Ovibos Muskox, Ovibos moschatus Suku Caprini Genus Ammotragus Domba berber, Ammotragus lervia Genus Arabitragus Tahr arab, Arabitragus jayakari Genus Capra Tur kaukasus barat, Capra caucasica Tur kaukasus timur, Capra caucasica cylindricornis Markhor, Capra falconeri Kambing liar, Capra aegagrus Kambing domestik, Capra aegagrus hircus Ibex alpen, Capra ibex Ibex nubia, Capra nubiana Ibex spanyol, Capra pyrenaica Ibex siberia, Capra sibirica Ibex walia, Capra walie Genus Hemitragus Tahr himalaya, Hemitragus jemlahicus Genus Ovis Argali, Ovis ammon Domba domestik, Ovis aries Domba bertanduk besar amerika, Ovis canadensis Domba bertanduk , Ovis dalli Domba mouflon, Ovis musimon Domba salju, Ovis nivicola Domba liar, Ovis orientalis Mouflon, Ovis orientalis orientalis Urial, Ovis orientalis vignei Genus Nilgiritragus Tahr nilgiri, Nilgiritragus hylocrius Genus Pseudois Dom
via
De bokken of geitachtigen (Caprinae) zijn een onderfamilie uit de familie der holhoornigen (Bovidae), waartoe onder andere de geiten, schapen, gemzen en de muskusos behoren. De Tibetaanse antilope (Pantholops hodgsonii) wordt soms tot deze onderfamilie gerekend, en vaak gezien als de holhoornige die het nauwst aan de bokken verwant is. Bokken zijn over het algemeen middelgrote, gedrongen hoefdieren. Veel leden van deze onderfamilie leven in de bergen, en de ledematen en hoeven zijn aangepast aan een klimmende leefwijze. Behendig kunnen ze van rots naar rots springen. Zowel volwassen mannetjes als volwassen vrouwtjes dragen hoorns, maar bij het mannetje zijn deze over het algemeen groter. Geurklieren zijn goed ontwikkeld. Afmetingen variëren van de goral, die 106 tot 117 cm lang, 69 tot 78 cm hoog en 28 tot 42 kg zwaar wordt, tot de muskusos, die tot 245 cm lang, 150 cm hoog en 350 kg zwaar wordt. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. De meeste geitachtigen leven in het Palearctisch gebied (Europa, het Midden-Oosten en Noord- en Centraal-Azië). Enkele soorten leven ook in het Nearctisch gebied (Noord-Amerika: muskusos, dikhoornschaap, Dalls schaap en sneeuwgeit) en in het Oriëntaals gebied (Zuid- en Zuidoost-Azië: de bosgemzen). Ze leven over het algemeen op lastig begaanbaar terrein als berghellingen en heuvelachtige streken, zowel in tropisch regenwoud (bosgemzen) als loofbossen (onder andere moeflon) als in woestijnen (onder andere manenschaap, Arabische thargeit, woestijndikhoornschaap). Ook zijn ze te vinden in bergketens als de Alpen, de Kaukasus, de Himalaya en de Rocky Mountains. De muskusos leeft op de toendra's rond de Noordpool. Waarschijnlijk hebben de geitachtigen zich in deze terreintypes gespecialiseerd door concurrentie met herten, die in het Palearctisch gebied in het laagland de dominante grote planteneters zijn. Twee soorten, het schaap en de geit, zijn door de mens gedomesticeerd en worden wereldwijd aangetroffen. Twee andere soorten zijn ingevoerd in Nieuw-Zeeland: de gems en de Himalayathargeit. Geitachtigen leven in grote kudden. Door de geringe concurrentie met andere hoefdieren en de snelle voortplanting kunnen de dieren in grote dichtheden bij elkaar leven. De competitie tussen mannetjes om het recht om te paren heeft hier geleid tot de ontwikkeling van immense hoorns. Bij soorten waarbij de dieren in minder grote dichtheden leven (bijvoorbeeld de bosgemzen in de tropische bossen van Zuidoost-Azië) zijn de hoorns van de mannetjes veel minder spectaculair. Het zijn herbivoren, die leven van grassen, kruiden, zeggen, bladeren, scheuten, paddenstoelen en korstmossen. Vanwege de grote hoorns zijn de mannetjes een geliefd trofee voor jagers, die een opgezet dier of een schedel aan de muur willen hangen.
Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA
via Wikidata · CC0
via Wikidata sitelinks · CC0
Discovered by embedding cosine similarity (sentence-transformers MiniLM, 384-dim).